Een flap is een weefseltransplantatie bedoeld om een beschadigd gebied te reconstrueren. Deze kan bestaan uit huid, vet, spierweefsel of bot, afhankelijk van de te vervangen structuren en de functionele eisen van de hand.
Lokale gestelde flappen worden in de buurt van het te reconstrueren gebied weggenomen, zoals een aangrenzende vinger, de handpalm of de onderarm. Ze blijven gedeeltelijk vastzitten aan hun oorspronkelijke plaats, waardoor hun natuurlijke doorbloeding behouden blijft en tegelijkertijd het weefselverlies wordt gedekt.
Vrije flappen worden op enige afstand weggenomen, bijvoorbeeld uit de dij, de rug of de contralaterale arm. Ze worden vervolgens naar de hand overgebracht en via vasculaire microchirurgie opnieuw aangesloten op de ontvangstplaats, waardoor het overleven van het getransplanteerde weefsel wordt gegarandeerd.
De keuze van het type flap hangt af van verschillende factoren,
- met name de omvang van het weefselverlies,
- de aard van het ontbrekende weefsel
- en de specifieke functionele behoeften van de hand.
Elke reconstructie wordt dus op maat uitgevoerd om het best mogelijke resultaat te bereiken.
De reconstructie van de hand met behulp van flappen is erop gericht zowel de functie als het uiterlijk van de hand te herstellen. Deze aanpak maakt het mogelijk de beweeglijkheid, de grijpfunctie en het comfort van de patiënt te verbeteren, terwijl waar mogelijk ook aan de esthetische eisen wordt voldaan.